Kunst en cultuur als ‘een duo’ op gemene wegen: Watou 2026

View on works Wim Cuyvers & Jesse Jones

Het blijft een immense artistieke uitdaging om in het voetspoor te blijven van wat wijlen dichter en organisator Gwy Mandelinck een project op poten te zetten daar…  heel ver achter de torenhoge hoppevelden in de westhoek – waar het dorpje Watou verscholen ligt en meestal in een schone en stille slaap verdwijnt. Kunst en poëzie; het is niet vreemd dat deze twee essentieel humane uitdrukkingen al zo lang “gemeen” naast elkaar worden gebracht. Poëzie als een reddingsboei voor datgene wat een mens niet met woorden uitgedrukt krijgt. Het denken dat faalt en zich begeeft in de dissonante taal – dat is ook zo met ‘goede’ beeldende kunst waarin dingen die “wij” maar niet kunnen vatten worden overgeleverd aan een heel, heel breed spectrum van beeld-vorming waarin de finaliteit verdampt in “ervaringen” en uiteenlopende bdenkingen die niet eens kunnen tippen aan alle soorten van handig door de spektakelindustrie gestuurde belevingen.

“Model citizens” – Elke Uitentuis & Wouter Osterholt

Watou 2026 is deze keer een raar beestje; artistiek is het in handen van een koppel waarvan Bart Lodewijks een weerga- en compromisloos kunstenaar is en ega Danielle van Zuijlen als dwarse curator fungeert van Kunsthal in Gent. Daarbovenop heb je daar in de Westhoek de rurale Westvlaming en diens nucherere mentaliteit en die nooit goed in te schatten cocktail laat zich (be)raden. Wat meteen opvalt is dat Watou niet één grote metropole zomer-galerie is geworden – wat dat ooit wel eens het geval was – maar wel een project in de goede betekenis van denker Boris Groys, waar kunst probeert deelachtig te worden van een kleine gemeenschap vérweg van de oververhitte en consumptie-ijlende kunst- en cultuursteden. De Nederlandse pers was/is tuk op de werking van de “gemene raad” van project Watou 2026 – als een samenkomst van lokale inwoners die hun creativiteit rond de tafel onder een luifel van kunstenaar Nico Dockx en een gedicht van Kurt De Boodt in de weegschaal gooien. Het is de eerste keer dat ook hun creatieve voorstellen inherent deel uitmaken van het publieke parcours. Uiteraard is die ‘gemene raad’ een goed middel om de betrokkenheid van een lokale bevolking bij een festival – dat vooral wordt bezocht door de betere culturo’s – te upgraden met een zweem van sociale betrokkenheid. Ze krijgen daarvoor zelfs twee aparte ruimtes waarin zelfs een spel wort gespeeld tussen creativiteit en professionele kunst met onder meer de haast onopgemerkte aanwezigheid van een mooi werk in glas van Angel Vergara. “Gemeen” betekent gemeenschappelijk en de vraag stelt zich ‘ruimer’ vandaag in hoeverre de actuele cultuurpolitiek nog wel bezig is met gemeenschappelijkheid en wat dat méér kan betekenen dan het actief en veredelend, krampachtig betuttelend upgraden én veredelen van educatieve belevenissen rond de kunst die “eenzaam” blijft.  Dat de kunst lifestyle is geworden met hordes specialisten en vet betaalde adviseurs die zich graag wentelen in de wolligheid van het grootkapitaal, is een gemene deler geworden in de zogenaamde kunstwereld. Maar is een alternatief in deze context nog wel mogelijk. Het siert de moedige curatoren van Watou om deze editie down to the local earth te houden en ook andere kunstenaars te kiezen die nog niet commercieel gemeen zijn. Dat een publiek eens in Watou kunst en poëzie wil zien, lezen en horen staat als een paal boven water en daar gaat in de media te weinig aandacht heen.           

Motus Mori Institutum

In de extra-muros locatie het Kasteel De Lovie in Poperinge is een performatieve installatie in 3 opeenvolgende kamers een regelrechte ontdekking. “Motus Mori INSTITUTUM” omvat een langdurig project van choreografe Katja Heitmann die ik aan en met den lijve ervaarde als een suite van interactieve instructies die perfo-gevoelige bewegingen in groep genereren. Ze zijn gebaseerd op telkens één van de honderden bewegingen die (gewone) mensen doneerden en bij gevolg overleverden aan het bewarende instituut. In de tweede ruimte ritmeert een danser de situatie die op een bepaald moment ook via de bemiddeling van die performer ook zelf kan worden overgenomen en uitgevoerd. De derde ruimte is een complexe video-installatie waarin een soort schimmenspel de veel-zijdigheid van ons dagelijks bewegend leven van jong tot stokoud op een innemende manier verbeeldt. Daaromheen is poëzie en muziek te horen en worden (dus) alle zintuigen op één of andere manier ‘uitgenodigd’. Dit is knap en voegt iets bij de rubriek ‘dans’ dat relevant is als veel en iets méér dan een sociaal archief.   De spanning tussen natuur en mens die in de streek van het wondermooie Heuvelland (nog) geen item is, wordt in het Kasteel opgevoerd door een fictief door kunstenaars geleid ‘bedrijf’ Natural Experiences Inc. In een zaal beleef je op een gecondenseerde zintuiglijke manier de geneugten van authentieke natuurbeleving, als bron gedistilleerd van de wilde natuur in het noorden van Zweden. Vergeet niet het werk van wijlen Lois Weinberger te vatten die hij maakte voor documenta 10 in Kassel alsook de foto’s te bekijken van de Franse kunstenaar Nicolas Floc’h die kunstmatige riffen in het water observeert en toeziet hoe die met de tijd ‘eco-overwoekerd’ worden.

Wat verder in The Basement van het kasteel word je ondergedompeld in een welriekende omgeving van kaas die in de rijping wordt geactiveerd door een sonoor experiment die de invloed orkestreert bij het maakproces van de kaas…  Ruiken als geloven in een pseudo-wetenschappelijke ruimte; not that bad…

Rond het kasteel zijn nog tal van (doe)-interventies aanwezig zoals een ‘verbindende’ loopbrug tussen publiek en bewoners van De Lovie; een boom die in de steigers staat en eens erop een andere dimensie en uitkijk veroorzaakt met die boom en diens omgeving en in een kapel staat een interactieve geluidsinstallatie met verplaatsbare stenen ter beschikking.

Curator Bart Lodewijks

De rit naar Watou brengt je letterlijk op de schreef tussen ons land en Frankrijk – een side-tip ga iets drinken in het grens-cafe Franco-Belge waar de picon ongenadig smaakt en toeslaat – een dorp die met de jaren werd gecultiveerd tot een lichtjes euforisch “gevoel en verlangen”…  Bart Lodewijks brengt een meeneem-krantje uit als zijn bijdrage als kunstenaar. Bart die amper met een doos krijtjes de link weet te leggen tussen kunst en toevallig tegen het lijf gelopen inwoners van Watou. Het krantje “GOODYEAR” verwijst naar een rubberen tractorband die een zeil op een hoop mest moet helpen afschermen. Op die band van het bekende merk tekende Bart met wit krijt en schrijft hij voorts verhalen neer in het krantje over lief en leed van mensen. Van dichter Paul Demets is een gedicht bijgevoegd over het keilen van steentjes over het water. Een gedicht dobberend op nostalgie aan de waterkant. Bart Lodewijks ‘be-tekent’ de gang van het leven met wit krijt –zachte, kwetsbare lijnen die de zondvloed helemaal niet weerstaan en genadeloos klima-verdwijnen en hoogstens voortleven als foto-souvenirs in krantjes en publicaties. In het festivalhuis kan je er zo eentje (gratis) meenemen en tegelijk kijken naar een intrigerende videofilm. Sta hier stil in de kamer met werk van Johan Grimonprez wiens weinig bekende, prachtige tekeningen het verhaal vertellen van vuurvliegjes die synchroon oplichten en uitdoven net zoals bij een ander verhaal waarbij de harten van een koppel op eenzelfde moment ophouden te kloppen. Ja dit soort tussen been en vel gevoeligheden kruiden deze editie mete andere kunst die vanuit een sociale noodzaak is gemaakt en niet zelden een problematisch haakje betekent met andere omringende kunst.

Johan Grimonprez “synchronous flashing fireflies”

In de kerk van Watou is een monumentale, flamboyante maquette te zien als gemodelleerde toekomstvisie hier in casu de wijk Marouf in Caïro. Het is een actief denkmodel waarin de lokale bevolking haar noden wist te verbeelden in een wijk die opnieuw tot leven “kan” komen. Het is een kunstwerk dat de noden en het verlangen uitdrukken naar een viriel gemeenschapsleven wars van inmenging van bureaucraten, planologen en corrupte overheden. De tafel die hiernaast staat is van Fiona Hallinan en bestaat uit een recyclage van de ontmantelde Church of the Annunciation in Dublin. De sloop van iets recycleert nieuwe perspectieven zoals hier een indrukwekkende tafel met een blad van maar liefst 56 terrazzoplaten verwerkte kerkpuim; een tafek  voor het houden van bijvoorbeeld algemene gemene raad…

De laatste stop in deze beknopte Watou-rondgang brengt ons naar het mooie Douviehuis waar een aantal indrukwekkende kunstwerken zijn opgesteld. Van de eerder vernoemde Johan Grimonprez is een re-set te zien van een installatie die draait rond het onderwerp de ‘commons’ met ondermeer een facsimile van het middeleeuwse “Charter of the Forest” (1217) die de rechten vastlegde van het gebruik van het bos door de gewone man. Dit document wordt geflankeerd door een fantastische video-film waarin fragmenten uit de cult-film Alphaville van Jean-Luc Godard worden gemengd met een revelerend interview met filosoof Michael Hardt.                                                                                

 De combinatie Wim Cuyvers en de Ierse Jesse Jones werkt wonderwel in deze indrukwekkende locatie! Architect en denker Wim Cuyvers monumentaliseerde zijn baanbrekend boek “Res Nullius” tot een installatie met 200 affiches waarin zwart wit beelden en flarden tekst ferm doen nadenken over onze manier van onzorgvuldigheid met de natuur die hier in de installatie in Watou uitmondt in een mentale  ‘danse macabre’. In diezelfde ruimte hangt een meer dan monumentale vlag met de afbeelding van de arm van de feministische Silvia Federici – de belangrijke denkster die de overgang onderzocht van wat ooit gemeen was naar een kapitalistisch model van private eigendom. De vlag wordt geconserveerd in Kunsthal Gent en wordt gebruikt bij een door Jesse Jones en Federici samengestelde leeslijst. De werken in de Douviehuis haken dan ook inhoudelijk heel mooi in elkaar en laten nadenken over de machteloos gemanipuleerde mens in de wereld – ook in de kapitaal-doordrongen kunstwereld.

“Between the Lines”
– Marjolijn Dijkman

Orgelpunt van Watou 2026 is (wellicht) de installatie “Between the Lines” van Marjolijn Dijkman; een complex multi-mediaal kunstwerk dat hier in de westhoek teruggrijpt naar de Eerste Wereldoorlog. Het verhaal bespaar ik de lezer, maar door milieu-aantasting en insecten bij de herbebossing van een door oorlog zwaar vervuilde grond in de buurt van Verdun, werden opnieuw noodgedwongen massa’s sparren gekapt.  Die stukken hout leverden het materiaal op voor een fantastische installatie. Een kunstwerk/installatie inclusief intrigerende film(na)beelden van kraters en putten van een door oorlog verminkt landshap. De compositie van Henry Vega is een collage van morse, militaire marsmuziek en van geluiden van de hout-souperende schorskever … Dit is nu eens een installatie waarin de vorm en de inhoud de aandacht gaande houden en het onderwerp van de oorlog ruiler en universeel maken en houden.

Watou 2026 is genereerde een “Watou Font Family” – een verzameling lettertypes als “collectieve taal” voor Watou. “Dit collectieve lettertype is een weerspiegeling van een identiteit die nooit af is”.                                                                                                                                       

Dit is wellicht een mooie resonantie waarrond Watou 2026 zich schaarde.

Luk Lambrecht

Nog tot 30 augustus 

meer info op www.kunstenfestivalwatou.be

Traduction:

Watou 2026 : l’art à hauteur de village

Il demeure un immense défi artistique de poursuivre le chemin ouvert par le poète et initiateur Gwy Mandelinck. Installer, année après année, un projet d’art et de poésie dans ce petit village de Watou, niché derrière les immenses champs de houblon de la Flandre occidentale, relève presque de l’acte de foi. Ici, loin des métropoles culturelles, le temps semble suspendu. Le village s’endort dans un silence rural dont l’art vient, chaque été, troubler la quiétude.

L’association entre l’art et la poésie n’a rien d’artificiel. Ces deux formes d’expression explorent depuis toujours les limites du langage. La poésie tente de dire ce que les mots ordinaires ne peuvent saisir ; l’art visuel, lui, fait surgir des images qui échappent à toute explication définitive. Là où la pensée rationnelle échoue, commence un territoire d’expériences sensibles, bien éloigné des émotions calibrées produites par l’industrie du spectacle.

L’édition 2026 possède une personnalité singulière. Sa direction artistique est confiée au tandem formé par Bart Lodewijks, artiste d’une remarquable intégrité, et Danielle van Zuijlen, commissaire à la Kunsthal Gent. À cette rencontre s’ajoute la présence discrète mais déterminante de la culture rurale de la Flandre occidentale, avec sa sobriété, son pragmatisme et sa méfiance instinctive envers les effets de mode.

Ce qui frappe d’emblée est que Watou refuse de devenir une vaste galerie estivale à ciel ouvert, comme ce fut parfois le cas. Le projet retrouve aujourd’hui une dimension plus proche de celle décrite par Boris Groys : un espace où l’art tente de s’inscrire dans une communauté réelle, loin des circuits surchauffés du marché et des grandes capitales culturelles.

L’une des initiatives les plus remarquées est celle du « Gemene Raad », conseil citoyen réunissant des habitants de Watou autour de l’artiste Nico Dockx et d’un poème de Kurt De Boodt. Pour la première fois, leurs propositions créatives intègrent pleinement le parcours de l’exposition. L’initiative dépasse le simple dispositif participatif : elle interroge la notion même de communauté. « Gemeen » signifie ici « commun ». À une époque où les politiques culturelles revendiquent volontiers la participation sans toujours en mesurer la portée, Watou tente de renouer avec une forme de création partagée.

Certes, cette participation permet aussi d’impliquer davantage une population locale dans un festival fréquenté majoritairement par un public cultivé venu de l’extérieur. Mais l’expérience dépasse le simple affichage social. Deux espaces sont consacrés à cette confrontation entre créativité citoyenne et pratique artistique professionnelle. On y découvre notamment, presque discrètement, une très belle œuvre en verre d’Angel Vergara, qui dialogue naturellement avec les propositions des habitants.

Cette réflexion sur le « commun » renvoie à une interrogation plus vaste. Dans quelle mesure la politique culturelle contemporaine poursuit-elle encore une véritable ambition collective ? L’art est devenu un secteur où gravitent consultants, experts et gestionnaires, souvent davantage préoccupés par les stratégies de visibilité que par l’expérience esthétique elle-même. Face à cette professionnalisation croissante, Watou ose un autre rythme. Les commissaires privilégient des artistes moins soumis aux logiques commerciales et réaffirment la possibilité d’un art enraciné dans un territoire sans renoncer à une portée universelle.

L’une des plus belles découvertes se situe hors du parcours principal, au château De Lovie, à Poperinge. L’installation performative Motus Mori Institutum, conçue par la chorégraphe Katja Heitmann, transforme trois salles successives en un véritable laboratoire du mouvement. Depuis plusieurs années, l’artiste collecte des gestes donnés par des centaines de personnes afin de constituer une mémoire chorégraphique de l’humanité. Le visiteur devient lui-même dépositaire de ces mouvements. Dans une seconde salle, un danseur rythme l’espace et transmet progressivement cette partition gestuelle au public. Enfin, une installation vidéo compose une fascinante cartographie des gestes du quotidien, de l’enfance à la vieillesse. Poésie, musique, lumière et mouvement sollicitent simultanément tous les sens. Rarement la danse aura trouvé une traduction muséale aussi convaincante.

Le château accueille également Natural Experiences Inc., un projet fictif imaginé par un collectif d’artistes qui détourne les codes de l’entreprise contemporaine pour questionner notre rapport à la nature. Le visiteur est invité à vivre une expérience sensorielle condensée, censée restituer l’essence des paysages sauvages du nord de la Suède. Une proposition ironique mais pertinente, qui fait inévitablement écho aux interventions de Lois Weinberger, notamment à la documenta X de Cassel, ou encore aux photographies de Nicolas Floc’h, consacrées aux récifs artificiels progressivement reconquis par les écosystèmes marins.

Plus loin encore, dans les sous-sols du château, une installation olfactive autour de la fabrication du fromage propose une expérience inattendue. Les arômes de l’affinage sont associés à une composition sonore qui prétend influencer le processus de maturation. Entre laboratoire pseudo-scientifique et installation immersive, l’œuvre rappelle que sentir demeure peut-être la plus archaïque de nos formes de connaissance.

Cette édition 2026 n’impressionne pas par la spectacularisation des œuvres, mais par la qualité de son écoute. Elle refuse la surenchère visuelle pour privilégier une relation plus intime entre les artistes, les habitants et les visiteurs. Dans une époque dominée par les grandes manifestations internationales, Watou rappelle avec justesse qu’il est encore possible de produire un événement artistique ambitieux sans céder aux impératifs de l’événementiel.

Cette fidélité à une certaine échelle humaine constitue sans doute la plus belle réussite de cette édition. Plus qu’un festival, Watou demeure un lieu où l’art prend le temps de rencontrer ceux qui l’habitent.

Soyez le premier à commenter

Poster un Commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*


Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. En savoir plus sur la façon dont les données de vos commentaires sont traitées.