Eyes, Heart, Soul & World

Contour work June Crespo

Contour 11 – een editie die een kleine wereld van verschil maakt.

1.

Contour is in ons land al 20 jaar een begrip als een biënnale voor bewegend beeld. Toen was dat een noodzaak omdat video een medium was in volle expansie; dat kan vandaag niet meer worden beweerd als men bijvoorbeeld de fair ‘Art Brussels’ afschuimt waar video, bewegend beeld en zelfs fotografie nog amper aan bod komen. Bewegend beeld is wel volop te zien in kunstcentra en vooral op biënnales. De productie kost geld; de overheden en de ‘betere’ galeries subsidiëren/komen tussen en de kunstenaars tonen en verkopen allerlei kunstzinnige afgeleiden zoals (niet altijd ter zake doende) tekeningen en (soms naar requisiet neigende) sculpturen om te (kunnen) overleven.    Om die reden is het wellicht een goede zaak dat een biënnale zoals Contour opnieuw na een korte onderbreking opnieuw leven wordt ingeblazen. Het moet gezegd dat deze editie nr. 11 die het doet op 5 uitgelezen locaties in de historische stad Mechelen, die deze keer ‘curateel’ charmeert door een authentiek concept bedacht door de Portugese curator Sofia Lemos. Zij bracht een aantal prachtige werken bij elkaar in een in elkaar rollend stads-parcours waarvoor zij een zonderling intelligent essay schreef. Zij verhaalt/hertaalt hierin haar persoonlijk leven als vrouw en jonge moeder en vervlecht vervolgens dat particuliere in een begrijpelijk en meeslepend verhaal dat alsmaar verder uit-deint vanuit de subjectieve kern als actief en bewust be-levend persoon.                  

       Zij verbindt de persoonlijk fysieke ‘overgangen’ van vrouw naar moeder met andere eenzaam-menselijke momenten zoals ouder worden en verlies van relaties en leven.      In haar essay vermengt ze al dat persoonlijke met het als nietig mens ongrijpbaar ‘planetaire’, zodat het persoonlijke op een bijzondere manier in het licht komt van het politieke in casu ook de klimaat-, migratie- en identiteitsproblematiek

    Centraal in haar betoog staat de notie het ‘imaginale’ als een “plek vol potentieel, waar verlangen en geleefde ervaring samenkomen, de waarneming verschuift, de tijd zich opnieuw ontvouwt en taal vorm krijgt aan de randen van het bewustzijn”.                 

    Zij meandert in haar belangrijk essay – te koop als een goedkoop boekje dat dienst doet als catalogus – rond innovatieve ideeën van filosoof Henry Corbin en psycholoog James Hillman. Het is lezenwaardig hoe zij vanuit haar nauw aan het lijf ondervonden ervaringen bij het recente moederschap tot inzichten komt waarin haar leven interfereert met politiek en eco-ruimer bewustzijn en waarin al die verschillende en soms benauwende overgangen zich imaginaal nestelen in ‘mogelijke’ wereldbeelden die kunnen “zijn en worden”. Kortom het is uitzonderlijk dat een curator op zo een persoonlijke en wel-belezen leest een concept bedenkt dat niet als een ronkende  illustratie de (kunst)wereld ingaat, maar een ander denken op gang brengt over de ‘perceptie’ van ons persoonlijk leven met dat van grotere verhalen waarin de onmacht van het grote gebeuren ons soms ‘oh zo’ machteloos parten speelt.

Contour 11 work: Rodrigo Hernandez

2.

De financieel gedwongen light-versie van deze eerste heropgestarte editie biedt het voordeel dat er uit noodzaak heel goed werd nagedacht over de locaties met als centraal contact- en startpunt de “Kunsthal” Mechelen – dat was de vroegere roemrijke “Garage” waar nu aan 5 kunstenaars onderdak wordt geboden. In de directe buurt is een architectenbureau de plaats van handeling voor een fantastische video en schuift de tweede ruimte van het meer en meer in het oog springende Antwerpse kunsthuis Tick Tack – Tack Tick (!!) in het voormalige en schitterende Notarishuis bij als een perfecte plek voor een bijzonder werk met meerdere projecties. De Stiltetuin is op de wandeling een regelrechte ontdekking en is deel van het haast idyllische privé-park dat aansluit bij het Aartsbisschoppelijk Paleis. De Noker tenslotte is een prachtige locatie met een lichtrijke vierkanten gaanderij die doorheen vele eeuwen tot op vandaag gelieerd blijft aan zorg voor de zwaksten. De puntgaaf uitgekozen locaties met uiteenlopende beladen maatschappelijke erfenissen en functies zijn de dna-onderbouw van deze biënnale; ze sturen het verhaal mee van plaats tot plaats. De locaties markeren allemaal ‘grenssituaties’ waarin de inhoud van de gebouwen een gedragen context verlenen aan kleine en grotere noden in ons peddelende leven.

3.

In vergelijking met andere zomerse en parcours-expo’s verdient Contour 11 een pluim voor de niet betuttelende informatie die in de vorm van een handige brochure in de handen wordt gestopt van het publiek. De lectuur-context van de werken dialogeert perfect met oog en oor van de bezoekers.

4.

Alle kunstwerken bespreken kan niet de bedoeling zijn in deze compacte tekst; maar zoals al geponeerd, wist Sofia Lemos wel een zinnige volgorde uit te stippelen tijdens een wandeling die een korte namiddag in beslag neemt. In de kunsthal valt meteen de monumentale bijdrage op van de Spaanse June Crespo wiens werk bestaat uit een soort opgepoft en in plooien gedrapeerd gordijn op een chassis dat zelfs doet denken aan een hoofdkussen van de betere soort. Het is een immens ding aan de muur dat denkbeeldig tot fysieke actie uitdaagt. Het is gemaakt van zilverkleurig textiel waarin de bezoeker vaagjes zichzelf ziet tegen een achtergrond van bewegingen die te maken heeft met het verkeer op de drukke (buiten)straat. Het is tegelijk een bizar en mooi ding waarin de waarneming van beweging zich subtiel manifesteert als een teken van actief en meteen verdampend persoonlijk én publiek leven. Dit zeer aanwezige werk als intro van Contour 11 doet (zelfs) denken aan recente installaties van Ann Veronica Janssens, Heimo Zobernig en aan die van Wolfgang Tilllmans waarin zilveren textiel transformeert in glinstering, afsluiting en/of projectiemiddel. Drie videowerken waarin persoonlijke relaties met voorouders, ouders en nabije mensen een extra laag krijgen via inhouden die handelen over de actuele problematieken waarrond de wereld letterlijk in brand staat, vormen de kern van de expo in de Kunsthal. Inhoudelijk is dat een merkelijk verschil met heel veel ‘activistische’ kunst van de laatste jaren, waarin de directheid van de problematiek als een slag in het gezicht terechtkomt van de toeschouwer.        

               De empathie vanuit de kunstenaar alsook de particuliere situatie van de mens in collectieve conflicten verdwijnen (dan) al te veel in generaliserende statements waarin dat fragiel individu verdwijnt. In de video’s van Yuyan Wang, Kivu Ruhorahoza & Christian Nyampeta en Tuan Andrew Nguyen zult u merken dat dit hier niet het geval is.

Contour 11 work from mariana calo & Francisco Queimadela

   In de achterliggende grote, hoge ruimte van de Kunsthal is een bijzondere, abstracte installatie te zien én te ervaren van het Portugese duo Mariana Calo & Francisco Queimadela. Het is qua werk een buitenbeentje in Contour 11; het is een all over de ruimte immersief bewegend beeld rond een aantal op sokkel roterende schilderijen en hangende screens.  Magische lantaarns, spiegels en licht- en videoprojecties prikkelen en laten onze  perceptie doldraaien in een zachtjes kolkende “atmosfeer” van naar hemellichamen neigende  én planetaire simulaties. Wondermooie visueel bewegende poëzie; middenin en met de nodige tijd ter plekke te ervaren!

Contour 11 work: Gabriel Abrantes

Bij de DMVA architecten even verderop in de stad, loopt een meer dan sublieme “animatiefilm” van de Turkse kunstenaar Ozgur Kar, waarin een 2 benarde – aan een lijmlint vastklevende insecten finaal uitdraait op een ultieme liefdes-act. Deze in groot formaat geprojecteerde tragische scène charmeert door de pracht van de hit-felle kleuren alsook met de begeleidende muziek (Clara Rockmore) die het beeld in al zijn ‘metaforische’ facetten begeleidt en mentaal optilt. Die ervaring krijg je ook bij Tack Tick waar de Amerikaanse kunstenaar Gabriel Abrantes met zijn sublieme video “Bardo Loops” het publiek de stuipen op het lijf jaagt. Alles wat schrikbarend is in het leven en de wereld passeert de revue via figuurtjes die doen denken aan de ultrarechtse Ku Klux Klan. Harde woordwisselingen; nacht én ontij scenes – de kunstenaar zet de wereld in vuur en vlam; het publiek fungeert als waakvlam.

Contour 11 work: Ozgur Kar

In De Noker zijn drie installaties te zien waarbij de autobiografische video van Lisa Spilliaert er zo wat uitknikkert in een al te oppervlakkige presentatie van een familieportret die de tijd van de kunst nauwelijks aanraakt. Dat is (altijd) wel hemelsbreed zo met de ingreep van de Frans-Brusselse Laure Prouvost die met het recente “Mère We Sea” (2025) excelleert in de gedachte van hoe actueel een installatie relevant wordt. Centraal hangt een soort enorme borst waarrond mobielen hangen die allemaal gelijken op de vorm van een vis. De uniek-hemelse mobielen zijn onder meer gemaakt van glas en draaien rond de moederborst als een carnaval van planeten in een onnoemlijk, vrolijk sterrenstelsel. Opzij als in een kring kan je luisteren naar geluid doorspekt met kinderstemmen die ‘moeders, grootmoeders oproepen als uitdrukkingen van alledaagse vormen van zorg; gelardeerd met allusies over het leven in zee”.            

Contour 11 work: Laure Prouvost

   Laure Prouvost zorgt eens te meer voor een optillend moment binnen alweer een nieuwe tentoonstelling waaraan zij deelneemt.

Tot slot is de Stiltetuin dé verrassing op de contour11 toer ! Wat een mooie tuin die nu dankzij Contour 11 permanent toegankelijk blijft voor iedereen. Hier is werk te zien van de Mexicaanse kunstenaar Rodrigo Hernandez; een werk dat wordt aangekocht door de Stad Mechelen en vanaf nu behoort tot het stedelijk patrimonium. Het betreft twee met de hand onder het hoofd slapende bronzen koppen die op een afstand van elkaar, naar elkaar kijken. Ik citeer “Elk drukt een oor tegen de hand, op de rand van de slaap, terwijl hun ogen elkaar zoeken”. Op een persmoment vertelde de kunstenaar over het intieme moment na de slaap, als geliefden stilaan en opnieuw elkaar in de ogen kijken.

              Het is haast een romantische voetnoot in een gewijde tuin waar al eeuwen kardinalen zich rijkelijk verpozen in een soort goed en wel van de wereld afgesloten groen paradijs.

5.

Tot slot, het slotwoord van het essay van Sofia Lemos waarin zij zichzelf en haar idee voor Contour 11 comprimeert.                                                       

  “To look with the eyes of the heart is to recognise ourselves within that revelation – and, in turn, to allow the world to recognise itself through us”.

Luk Lambrecht

Nog tot 1 november

ww.w.contourbiennale.org

Traduction ChatGPT

Eyes, Heart, Soul & World

Contour 11 – une édition qui fait toute la différence

1.

Contour est depuis vingt ans déjà une référence dans notre pays en tant que biennale de l’image en mouvement. À l’époque, cela répondait à une nécessité, puisque la vidéo était un médium en pleine expansion. On ne peut plus vraiment l’affirmer aujourd’hui lorsqu’on parcourt, par exemple, la foire Art Brussels, où la vidéo, l’image en mouvement et même la photographie sont devenues relativement rares. L’image en mouvement est en revanche très présente dans les centres d’art et, surtout, dans les biennales. Sa production coûte cher ; les pouvoirs publics et les « meilleures » galeries interviennent financièrement et les artistes présentent ou vendent toutes sortes de dérivés artistiques — dessins parfois hors sujet, sculptures parfois proches de l’accessoire — afin de survivre.

Pour cette raison, il est sans doute heureux qu’une biennale comme Contour renaisse après une brève interruption. Cette onzième édition, qui investit cinq lieux remarquables de la ville historique de Malines, séduit cette fois par un concept authentique imaginé par la commissaire portugaise Sofia Lemos. Elle a réuni un ensemble de très belles œuvres dans un parcours urbain qui se déploie comme un mouvement en spirale, accompagné d’un essai singulier et remarquablement intelligent.

Dans cet essai, elle raconte et reformule sa propre expérience de femme et de jeune mère, puis élargit progressivement ce récit intime jusqu’à en faire une réflexion plus vaste, toujours enracinée dans une expérience subjective mais assumée. Elle relie les transformations physiques intimes du passage de femme à mère à d’autres moments de solitude humaine : le vieillissement, la perte des relations, la perte de la vie.

Elle mêle cette expérience personnelle à ce qui, pour l’être humain minuscule face au monde, demeure l’inaccessible dimension planétaire. Le récit individuel se trouve ainsi éclairé par les grandes questions politiques de notre temps : climat, migration, identité. Au centre de son raisonnement se trouve la notion d’« imaginal », défini comme « un lieu plein de potentiel, où désir et expérience vécue se rencontrent, où la perception se déplace, où le temps se déploie autrement et où le langage prend forme aux frontières de la conscience ».

Dans cet important essai — vendu sous la forme d’un petit livre bon marché qui tient lieu de catalogue — elle chemine autour des idées novatrices du philosophe Henry Corbin et du psychologue James Hillman. Il est particulièrement intéressant de voir comment elle transforme ses expériences physiques et intimes liées à la maternité récente en réflexions où sa vie entre en interférence avec la politique et avec une conscience écologique élargie. Les différents passages, parfois oppressants, de l’existence viennent ainsi s’installer dans des visions de mondes possibles, qui « peuvent être et devenir ».

Il est finalement assez exceptionnel qu’une commissaire conçoive un projet aussi personnel et aussi nourri de lectures, sans se contenter d’en faire une illustration ronflante du monde de l’art. Elle met en mouvement une autre pensée sur la perception de notre existence individuelle et sur les récits plus vastes dans lesquels l’impuissance face aux grands événements nous confronte parfois à notre propre fragilité.

2.

La version « light » de cette première édition relancée, imposée par les contraintes financières, présente paradoxalement l’avantage d’avoir obligé à réfléchir avec précision aux lieux choisis. Le point de départ et de contact est la Kunsthal de Malines, ancienne « Garage », qui accueille aujourd’hui cinq artistes. À proximité, un bureau d’architecture devient le lieu d’une remarquable vidéo, tandis que le second espace de la galerie anversoise de plus en plus visible Tick Tack — « Tack Tick » — dans l’ancien et magnifique Notarishuis, constitue l’écrin idéal pour une œuvre à projections multiples.

Le Jardin du Silence est une véritable découverte sur le parcours et fait partie d’un parc privé presque idyllique, jouxtant le palais archiépiscopal. De Noker, enfin, est un lieu remarquable, avec une galerie carrée baignée de lumière, liée depuis des siècles à la prise en charge des plus fragiles.

Ces lieux soigneusement choisis, porteurs d’histoires sociales et de fonctions très différentes, constituent en quelque sorte l’ADN de la biennale. Ils orientent le récit d’un espace à l’autre. Tous correspondent à des « situations-limites », dans lesquelles l’histoire et la fonction des bâtiments donnent une profondeur supplémentaire aux petites et grandes épreuves qui jalonnent nos existences.

3.

Comparée à d’autres expositions estivales conçues sous forme de parcours, Contour 11 mérite une mention particulière pour l’information fournie au public, qui évite toute forme de paternalisme. Une brochure pratique accompagne le visiteur et permet aux textes de dialoguer efficacement avec ce que l’on voit et ce que l’on entend.

4.

Il serait impossible de commenter ici toutes les œuvres. Comme indiqué plus haut, Sofia Lemos a toutefois su construire un enchaînement cohérent au fil d’une promenade qui demande à peine un après-midi.

Dans la Kunsthal, le visiteur remarque immédiatement la contribution monumentale de l’Espagnole June Crespo. Son œuvre ressemble à un rideau gonflé et plissé, fixé sur un châssis, qui évoque même un coussin luxueux. Immense forme suspendue au mur, elle semble appeler une mise en mouvement physique. Réalisée en textile argenté, elle renvoie vaguement le reflet du visiteur sur un fond de mouvements liés au trafic de la rue extérieure.

C’est à la fois une œuvre étrange et belle, dans laquelle la perception du mouvement apparaît subtilement comme le signe d’une vie personnelle et publique à la fois active et immédiatement vouée à disparaître. Elle évoque même certaines installations récentes d’Ann Veronica Janssens, Heimo Zobernig ou Wolfgang Tillmans, où le textile argenté se transforme en scintillement, en écran, en fermeture ou en surface de projection.

Trois œuvres vidéo, consacrées aux relations personnelles avec les ancêtres, les parents et les proches, forment le cœur de l’exposition à la Kunsthal. Elles abordent en même temps les problèmes contemporains autour desquels le monde semble littéralement s’embraser. Sur le plan du contenu, cette approche se distingue nettement d’une grande partie de l’art « activiste » des dernières années, dans lequel la brutalité de la problématique arrive directement au visage du spectateur.

L’empathie de l’artiste comme la situation particulière de l’individu pris dans des conflits collectifs disparaissent alors trop souvent derrière des affirmations généralisantes. Ce fragile individu se dissout. Dans les vidéos de Yuyan Wang, Kivu Ruhorahoza & Christian Nyampeta et Tuan Andrew Nguyen, ce n’est pas le cas.

Dans le vaste espace haut de plafond situé à l’arrière de la Kunsthal, le duo portugais Mariana Caló & Francisco Queimadela présente une installation abstraite particulièrement singulière. C’est une exception dans Contour 11 : une œuvre immersive qui envahit tout l’espace à travers des images en mouvement, des peintures tournant sur des socles et des écrans suspendus.

Lanternes magiques, miroirs, lumières et projections vidéo stimulent et font tourner notre perception dans une atmosphère doucement tourbillonnante faite de simulations évoquant des corps célestes et des phénomènes planétaires. Une poésie visuelle en mouvement, magnifique, qui demande au visiteur de prendre le temps de l’éprouver.

Plus loin, chez DMVA Architecten, passe un film d’animation absolument remarquable de l’artiste turc Özgür Kar. Deux insectes en détresse, collés à un ruban adhésif, finissent par se transformer en une ultime scène d’amour. Cette scène tragique, projetée en grand format, séduit par l’intensité de ses couleurs et par la musique de Clara Rockmore, qui accompagne l’image dans toutes ses dimensions métaphoriques et l’élève mentalement.

Chez Tick Tack, l’Américain Gabriel Abrantes fait frissonner le public avec sa superbe vidéo Bardo Loops. Tout ce qui est inquiétant dans l’existence et dans le monde y défile à travers des figures qui évoquent notamment le Ku Klux Klan. Échanges verbaux violents, scènes nocturnes et de mauvais augure : l’artiste met le monde à feu et à sang ; le spectateur devient à son tour une sorte de veilleuse.

À De Noker, trois installations sont présentées. La vidéo autobiographique de Lisa Spilliaert paraît quelque peu se perdre dans une présentation trop superficielle d’un portrait familial qui peine à atteindre véritablement le temps de l’art.

À l’opposé, Laure Prouvost, artiste franco-bruxelloise, excelle avec son récent Mère We Sea (2025), qui transforme l’installation en une expérience d’une étonnante actualité. Au centre, une sorte d’immense sein autour duquel sont suspendus des mobiles aux formes de poissons. Ces objets célestes, notamment réalisés en verre, tournent autour du sein maternel comme un carnaval de planètes dans une galaxie joyeuse et indéfinissable.

Sur le côté, disposés en cercle, les visiteurs peuvent écouter une bande sonore traversée de voix d’enfants évoquant les mères et les grands-mères comme expressions de formes quotidiennes de soin, mêlées à des allusions à la vie marine. Une fois encore, Laure Prouvost produit un moment d’élévation au sein d’une nouvelle exposition à laquelle elle participe.

5.

Enfin, le Jardin du Silence constitue la grande surprise du parcours de Contour 11. Quel magnifique jardin, désormais rendu durablement accessible au public grâce à la biennale.

On y découvre le travail de l’artiste mexicain Rodrigo Hernández, une œuvre acquise par la Ville de Malines et désormais intégrée au patrimoine municipal. Il s’agit de deux têtes en bronze, réalisées avec soin, semblant dormir, chacune appuyée sur sa main, disposées à distance l’une de l’autre et pourtant tournées l’une vers l’autre.

Comme le dit le texte accompagnant l’œuvre : « Chacune presse une oreille contre sa main, au bord du sommeil, tandis que leurs yeux se cherchent. » Lors d’une rencontre avec la presse, l’artiste évoqua ce moment intime qui suit le sommeil, lorsque deux êtres aimés se regardent peu à peu et se retrouvent du regard.

Une sorte de post-scriptum romantique dans un jardin consacré, où, depuis des siècles, des cardinaux viennent se retirer dans une manière de paradis végétal protégé du monde.

Pour terminer, revenons à la dernière phrase de l’essai de Sofia Lemos, dans laquelle elle condense à la fois son idée et son projet pour Contour 11 :

« Regarder avec les yeux du cœur, c’est nous reconnaître dans cette révélation — et, à notre tour, permettre au monde de se reconnaître à travers nous. »

Luk Lambrecht

Soyez le premier à commenter

Poster un Commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*


Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Découvrez comment les données de vos commentaires sont traitées.