“De Zee”

Roy Lichtenstein, © Virginia Museum

De Zee

Salut d’Honneur

Jan Hoet 23.10.2014 – 19.042015

Roy Lichtenstein, © Virginia Museum
Roy Lichtenstein, © Virginia Museum

 

Het is en blijft toch wel vreemd dat een Jan Hoet vreemd en soms door Jan Hoet zelf als een vijandig beschouwd museum – nu pal na zijn dood – dé ultieme hommage aan zin persoon brengt via een intentioneel-curateel tweekoppige en op toeristische leest geschoeide tentoonstelling. Een tentoonstellingsconcept van Jan Het dat door zijn abrupt verdwijnen in handen kwam van een museum die er meteen eendraai aan gaf van “een hommage”.

Nochtans, goed wetende dat de vorige directeur Willy Van den Bussche op 14.12.2013 stierf, er toch voor zorgde dat het “nieuwe” Oostende museum “Muzee” het voormalige Provinciaal Museum voor Moderne kunst” vanaf 2007 naamsgewijs kon overnemen al Muzee (www.muzee.be) – een weliswaar vandaag nog steeds problematisch labyrintische foyer–loze plaats van zalen, (doodlopende) gangetjes, trappetjes en te lage plafonds.

Willy Van den Bussche was ook niet meteen wild van ondergetekende (LL) en vice versa maar ere wie ere toekomt! Willy Vanden Bussche maakte de eerste museale tentoonstelling met Luc Tuymans, kocht knap werk van Tuymans en wist ook al heel snel werk te verwerven van oa Koen Van den Broek.

Het is en blijft merkwaardig hoe de dood van “kunstpaus” (waar halen ze die belachelijke omschrijving vandaan .. ) Jan Hoet plots helemaal door Oostende wordt gerecupereerd – goed wetende dat Jan Hoet nooit eerder een groot project realiseerde in de Koningin der Belgische Kuststeden.

De Italiaanse criticus-goeroe Germano Celant sprak onlangs over het belang van twee van Jan’s tentoonstellingen met name “Kunst in Europa na ’68” in 1980 en vooral “Chambres d’Amis” in 1986 die Celant aanpuntte als zijn belangrijkste realisatie.

De tentoonstelling “Kunst in Europa na ’68” in S.M.A.K. in Gent (tot 15.03.2015) waar nu in een fantastische lay-out van kunstenaar Richard Venlet de belangrijke kunstwerken te zien zijn die ook het actuele hart uitmaken van het Gentse museum is dé onherroepelijke hommage aan Jan Hoet en niet meteen een met veel middelen bij elkaar gesprokkelde expo “De Zee” waarin twee concepten/bedoelingen wirwarrend door elkaar lopen en laveren.

De tentoonstelling in Oostende opent op een mooie, minimale en tegelijk wrange manier met werk van de Antwerpse kunstenaars Luc Tuymans en Bernd Lohaus. Van LucTuymans hangt het doekje “The Spirit of St. Lous” (1988) een hommage aan de pioniers van de luchtvaart die in mei 1927 de Atlantische Oceaan overvlogen. In 1990 organiseerde Willy Van den Bussche de eerste museale tentoonstelling in ons land van Luc Tuymans in het PMMK in Oostende.

(p.s. : Het is merkwaardig dat het volledige geheugen van het PMMK niet meer is terug te vinden op de actuele site van Muzee – het is alsof alle museale activiteiten van voor de naamswijziging van PMMK in Muzee niet eens meer van “feitelijk” belang meer zijn). Het was dus even zoeken op de persoonlijke site van kunstenaar Luc Tuymans om het jaar van zijn expo in Oostende te achterhalen).

De zee als thema mixen met “een” terechte hommage aan leven en werk van Jan Hoet is een opportunistische vondst en draagt meteen via het etaleren van de naam van Jan Hoet bij tot het provinciaal-politiek legitimeren van een massaal en dus bij gevolg door de overheid met applaus onthaalde expo-voltreffer.

De tentoonstelling “De Zee” van Phillip Van den Bossche is denser en voller dan de expo die zijn quasi wijlen naamgenoot Willy Van den Bussche realiseerde onder de titel “Marines in Confrontatie” ter gelegenheid van Beaufort 2003.

Ook in deze tentoonstelling vertrok Willy in 2003 net zoals Phillip in 2014 vanuit het werk van Courbet en wist Willy met een fijn parcours met werk van oa Permeke, Ensor, Emil Nolde, Claude Monet, Spilliaert en René Magritte aan te sluiten bij vandaag met toen ook schitterend werk van Gerhard Richter, Roger Raveel, Fred Bervoets en Luc Tuymans.

Het heeft niet veel zin om de massa kunst op “De Zee” te bespreken – dat gebeurde al veelvuldig in de massamedia en in de daaraan gelinkte bijlages – die nu in Muzee en op diverse locaties (die wat vaagjes – aan Chambres d’Amis doen denken) te zien zijn zelfs tot en met in een bistro en “vlottend” op een vijver in het feërieke stadspark.

Een stadspark waar plots in de vijver het straffe werk van Leo Copers opduikt. Een schitterend werk door Willy Van den Bussche aangekocht en dat nog steeds off- side topper blijft op deze stedelijke ”De Zee”-wandeling.

Leo Copers bedacht daar vier bronzen koppen – letterlijk laverend met de lippen juist boven het wateroppervlak. Zijn Allegorische Koppen uit 1998 verbeelden de Rechtspraak, de Welsprekendheid, de Rechtvaardigheid en de Geschiedenis. Wat is dit een inhoudelijk gelaagd en sprekend werk in tegenstelling tot het wat zielloos dobberend ponton van Franz West en Heimo Zobernig.

Natuurlijk is er op “De Zee” groots werk te zien zoals de in proporties gigantische video van Bill Viola “The Arc of Ascent” (1992) die de kunstenaar speciaal realiseerde voor Jan Hoet’s Documenta 9 in 1992 of de schitterende lichtfoto “Lighthouse Keeper With Lighthouse Model” van de Canadese kunstenaar Rodney Graham in De Post, waarin realiteit en model als in een spatialiserend format de tijd voorstellen als een zichzelf herhalend replica. Of de prikkelende ruis-installatie van Matthieu Ronsse en de ietwat knullig gepresenteerde video van een brandende zee in bistro Beau Site. En natuurlijk is de zee inherent verbonden met werk van kunstenaars zoals Jan Dibbets en Jan Bas Ader en uiteraard houden wij als rockliefhebbers van de nieuwe song van The Van Jets “The Sound of Sea” gelardeerd met een vreemd filmpje van Dirk Braeckman.

Het blijft natuurlijk voor een ruim publiek aangenaam te flaneren en te grasduinen langs en in de vele facetten van de moderne en hedendaagse kunst van locatie naar locatie.

Het blijft wel een zware taak voor de modale bezoeker omdat zo veel en alles zo dicht bij elkaar “komt” in de lokalen van het museum Muzee en een werk van William Turner bijvoorbeeld in de nabijheid hangt van werk van Reinhard Mucha, Francis Alÿs of van de totaal miskende Waalse Jacqueline Mesmaeker en wat verder opnieuw een Cézanne opduikt en een amusant storende René Daniels

Maar hoe een museum al deze kunst bij elkaar kan brijen tot een zinvolle aaneenschakeling en een verhaal voor de massa (velen met een gratis uit de krant geknipt ticket) is en blijft maar de open vraag.

Wij hebben de indruk dat gastcurator en ex-Jan Hoet medewerker Hans Martens een zeer grote invloed en “drive” veroorzaakte in dit snelle instant-project en ja, het project wellicht redde met een aantal zeer welgmikte bruiklenen.

De lijvige tekst van Frank Maes over Marcel Broodhtaers en “De Zee” is een magistraal en diepgaand bestudeerd essay in de vuistdikke en ietwat dorre catalogus, een essay dat spijtig genoeg niet een zelfde niveau en echo krijgt op de expo “De Zee”, waar Marcel Broodthaers’ werk er wat zielig tussen “geknepen” en tentoon gesteld wordt.

Misschien zou Marcel Broodthaers er al bij al nog wel een glimlach voor kunnen opgebracht hebben en zin bijdrage op deze expo ondergebracht hebben onder de rubriek “Section de Tourisme” binnen zijn imaginair Museum of… misschien wel Muzee niet met een kameel maar als een verkleed garnaalvisser zijn binnengewandeld…

“De Zee” is een tentoonstelling wiens werk van de meest intieme vrienden/kunstenaars van Jan Hoet ontbreekt.

Wij denken aan Jan Van Imschoot of aan zijn Italiaanse Arte Povera vriend Gilberto Zorio. De expo krijgt aan de inkom van Muzee wellicht een perfecte metafoor in de vorm van de Schelpenwinkel van Guillaume Bijl.

Soyez le premier à commenter

Poster un Commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*


Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. En savoir plus sur comment les données de vos commentaires sont utilisées.